Vanaf september krijgt taalonderwijs de broodnodige boost. Zo zullen sommige eerstejaars secundair drie uur extra Nederlands krijgen, bovenop de gewone lessen. Uit voorlopige cijfers blijkt dat dit voor 5 procent van de jongeren geldt.
Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) voorziet een aantal nieuwigheden voor taal. Zo krijgen scholen voor hun kleuters en voor het eerste leerjaar een werkingsbudget om woordenschat bij te spijkeren en om leerlingen vertrouwd te maken met de taal die in de klas wordt gebruikt.
Vanaf het tweede leerjaar zijn er de ‘taalheldklassen’. Dat zijn voltijdse trajecten voor anderstalige nieuwkomers en voor leerlingen die volgens de klassenraad niet goed genoeg Nederlands begrijpen om de gewone lessen te volgen. Die trajecten duren maximaal twee jaar.
Volgens Koen Pelleriaux, topman van het GO!-onderwijs, komen die extra maatregelen geen dag te vroeg. “In 2015 sprak 20 procent van de leerlingen thuis geen Nederlands, in 2025 is dat al 30 procent”, legt Koen Pelleriaux uit in ‘de Onderwijstafel’, een podcast van Hogeschool PXL die vanaf 1 september wordt uitgezonden. “Een gigantische evolutie, waar het onderwijs niet klaar voor was. We zijn dus al te laat met ons taalonderwijs. We hebben die taalheldklassen en die taalcoaches zeker nodig, maar willen ook een evaluatie. Dat de klassenraad van het basisonderwijs beslist over die drie uur in het secundair onderwijs vraagt om samenwerking, maar wat doe je met leerlingen die naar een ander net gaan?”
Extra Nederlands op school: wat verandert er voor je kind? | HBVL